Ouders van een vermoord kind

Gedichten

Verdriet is als een zware steen

Verdriet is als een zware steen
die aan een touw
om je nek hangt.

Het maakt
dat men zich zwaar voelt
en alleen maar
– met gebogen hoofd –
naar eigen verdriet
kan kijken.

Op dat ogenblik
ziet men de leuke dingen
van het leven niet meer.

Zo’n zware last
kan men niet alleen dragen.
Als er dan iemand is die luistert,
lijkt het
of men het niet meer alleen
hoeft te verwerken.
Even lijkt het minder zwaar.

Werner Storms


Je bent mijn kind

Je bent mijn kind
Gegeven, meer dan mijn dromen
Je was mijn kind
Geroepen, mijn armen ontnomen
Ik mis je zo.

Je bent mijn kind
Mijn leven in jou herboren
Je was mijn kind
Een deel van mijzelf verloren
Ik mis je zo.

Je was mijn kind
Maar een stormvloed kan liefde niet doven
En genade zal stromen van boven
Een nieuwe dag worden geboren
Vinden wat was verloren
Je bent mijn kind.

Anke Harris


Je hebt me alleen gelaten

Je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vanacht nog, toen ik door de stad dwaalde
zag ik je silhouet in het glas van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon je de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige
die zonder mij nie kan leven

en ik heb geglimlacht

Ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten

Hans Lodeizen


Gedachtenis

Ze zeggen zoveel, dat het went.
Dat de tijd een helende mantel is.
Zoveel dat het overgaat als griep.,
vervaagt in het stof van de dagen.

Maar het blijft hangen als mist op mijn haar.
Ik overwinter in verdriet
om hoe het was, had kunnen zijn.
Jij bloeit liever dan ooit voordien?

met nog zachtere kleuren van leven,
hoewel ze zeggen dat het niet mag.
Ze zeggen zoveel.
Of liever nog niets.
En dat went nooit.

Mark Naessens


Zij zijn niet dood.

Wat leven heet is ’t op en neer bewegen
van ons klain scheepje als het daalt en rijst;
en wat wij sterven noemen, is niet meer
dan dat wij op de verre kim verdwijnen.

Zij zijn niet dood.
Wij die vanaf het laaggeleden strand bespeuren
hoe door hun vaart de afstand vergroot,
wij zien niet wat gebeurt achter de einder,
wij noeman daarom hun verdwijning: dood.

Zij zijn niet dood.
Wij staan te laag en zijn bijziend
als zij de sfeer van ruimte en tijd ontzeilen;
zo komt het dat ons oog hun eind niet ziet,
wanneer het roer hun schip de eeuwigheid in stuurt.

Koos Geerds


Machteloos

Wie heeft me het hardste nodig
dader of slachtoffer
beide hebben ze me nodig
maar als ik bij de ene ben
kan ik niet bij de andere zijn
zovele vragen
zo weinig antwoorden
zovele gevoelens
hoe moet ik daar mee omgaan
boos en teleurgesteld in dader
waarom heb je het gedaan
ben jij ook slachtoffer geweest
teleurgesteld in slachtoffer
waarom heb je niet van je afgebeten
me signalen komen geven
boos op de instelling
zagen jullie dan geen signalen
of wilden jullie die niet zien
boos op me eigen
dat ik niets merkte
zovele haat gevoelens bij de broers
wat had ik kunnen doen
om dit te kunnen vermijden
niets is me antwoord dan
het is gewoon gebeurd
en ik sta er machteloos tegen…

Wood-elfie


Zonder jou

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom?
Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ’t groen.
De wereld kan vol van geluk zijn,
maar nou: leeg zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat,
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meiddoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindelaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.

Annie M.G. Schmidt


Ik zal je nooit in één keer kunnen loslaten.

Ik zal je nooit in één keer kunnen loslaten.
Ik zal het vanaf nu elke dag weer oefenen.
Ik zal steeds weer de stilte en de eenzaamheid weer ingaan en sterven van het verlangen om vast te houden.
Ik zal vanaf nu mijn requiem schrijven en me verbinden met wat er komen zal.
Ik zal me steeds verder openen om te ontvangen, om het laatste uit handen te geven.
Maar zolang het nog kan, zullen jij en ik tot de laatste ademtocht leven.

Jou hier achterlaten
is pijn, is verzet,
is machteloosheid.

Nu weggaan van jou
is jou meenemen,
koesteren, verder dragen,
dan jijzelf kunt gaan.

Mijn taak opnemen nu
is doen, wat ik te doen heb
en vertrouwen dat
afstand en afscheid niet bestaan.

Claire vanden Abeele


Stilte

Het wintert.
Hagel klettert tegen het raam.
We worden er stil van.
Het heeft iets heilig deze stilte.
Het is alsof niets meer moet en alles kan.
Er is alleen nog het luisteren naar de wind en naar de zachte stem in ons binnenste.
Dit zwijgen is geen gepieker.
Dit zwijgen is precies zoals de vele woorden die we uitwisselden.
Het wekt tot leven.
Ik beluister de woorden die opkomen, woorden van liefde die helen en troosten, die een verbond verzegelen.
Stille woorden die de hemel hier en nu openbreken en ons meenemen, ver, ver weg.

Nu ik alleen maar stilte ben
en niets heb
en ook niets hebben wil
ervaar ik wat het is
vrij te zijn
als een mens
de goden gelijk.

Claire vanden Abeele


Voordat het te laat is

Het is niet waar
dat bij het sterven
als onze naam
voorgoed is vergeten,
alles in het niet vergaat.

Het is niet waar
dat onze liefde
die een mens deed leven,
ook in hemsterft
als wij er niet meer zijn.

het is niet waar
dat het beste van onszelf
aan anderen geven,
niet verder reikt
dan ons bestaan.

Valeer Deschacht


Huilen mag

Huilen is niet erg,
zelfs niet een beetje.
Het maakt niet uit,
of je nu lacht of huilt.
Want huilen hoort erbij.
voor alle mensen.

Huilen is niet erg,
zelfs niet een beetje.
Huil maar,
als je pijn hebt of verdriet.

Ook grote mensen,
moeten wel eens huilen.
Mensen die nooit huilen,
die zijn er niet.


Het verschil

Ze worden hier begraven met een haast

alsof de dood hen op de hielen zit

En wat een buitenman het meest verbaast

is dat de stoet bijna geen staart bezit

Natuurlijk weer een ver familielid

waarmeen men even naar de groeve raast

om gauw terug te wezen van de rit,

want ieder blijft zichzelf het allernaast

Bij ons luiden ze urenlang de klok

Een kind beseft wat er te gebeuren staat

Men schaart zich achter ’t lijk in diepe stilte

En lang daarna hangt in het dorp een kilte,

die iemand door de schouderbladen gaat,

Als het herstellen van een zware schok

Gerrit Achtenberg


Jouw naam

Ik heb jouw naam in het zand geschreven
maar de golven hebben die uitgeveegd.

Ik heb jouw naam in een boom gegrift
maar de schors is afgevallen.

Ik heb jouw naam in het marmer gegrift
maar de steen is gebroken.

Ik heb jouw naam in mijn hart geborgen
en de tijd heeft die bewaard.

Valeer Deschacht


Mijn kind

Je bent mijn kind
Gegeven, meer dan mijn dromen
Je was mijn kind
Geroepen, mijn armen ontnomen
Ik mis je zo.

Je bent mijn kind
Mijn leven in jou herboren
Je was mijn kind
Een deel van mijzelf verloren
Ik mis je zo.

Je was mijn kind
Maar een stormvloed kan liefde niet doven
En genade zal stromen van boven
Een nieuwe dag worden geboren
Vinden wat was verloren
Je bent mijn kind.

Anke Harris


Sterf niet met mij

Als je mij nog iets wilt geven

dan zou ik je vragen:

sterf niet met mij,

omhels het leven.

Je mag bedroefd zijn

maar wanhoop niet,

verdrink niet in té groot verdriet.

Als je mij nog iets wilt schenken

dan zou ik willen:

blijf toekomst zien,

blijf hoopvol denken

zodat je uitgroeit

en voluit leeft,

het leven alle kansen geeft.

Yvonne van Emmerik


Een Vriend

Als de laatste straal licht gedoofd is
Als de laatste wind heeft gewaaid

Als de laatste noot heeft geklonken
Geef dan niet op

Als het laatste vuur niet meer brandt
Als de laatste druppel is gevallen
Als de laatste hoop is gevaren
Geef dan niet op

Want een vriend zal je helpen
In goede en in slechte tijden
Als je het niet meer ziet zitten
Zal hij je van deze gedachte bevrijden

Erik Woensdregt


Duizend witte vogels

Duizend witte vogels vliegen jubelend voorbij
Ik strek mijn armen, ben verdrietig
zie ze cirkelen boven mijn hoofd

Maar op een dag zal ik weer weten
wat ik even ben vergeten
maar wat ik altijd heb geloofd

Alle duizend vliegen ze voor mij

De vogels komen altijd terug
wanneer de zon zacht de winter weggesmolten heeft

Ik heb de stormen overleefd
en strek mijn hand uit naar de lucht
waar hoog een witte vogel zweeft.

Ik ben niet bang meer
recht mijn rug
want die vogels komen altijd terug

Ga nu maar vliegen, liefste, in de zon
de witte wolken in het zachte blauw
Ik heb geglimlacht toen je overvloog
wetend, dat ik zo hoog niet komen zou

Ze vragen me; waar staar je naar?
Ik wijs ze: naar die vogel daar

dat klein, wit puntje hemel
dat ik ooit, heel even in mijn handen had

En ze vragen; waarom lach je dan?
waarom straal en waarom zing je dan?

En ik zal ze het verhaal vertellen
van de vogel die weer vliegen kan.

Dominique Engers


Ween niet

De dood is niets.
Ik ben slechts naar de andere kant.
Ik ben mezelf, jij bent jezelf.
Wat wij voor elkaar waren,
Dat zijn we nog altijd.

Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer.
Op dezelfde toon,
Niet plechtig,
Niet triest.

Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis,
Zoals je altijd al gedaan hebt,
Zonder hem te benadrukken,
zonder droefheid.

Het leven is wat het altijd is geweest.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit je gedachten zijn?
Omdat je me niet meer ziet?

Nee, ik ben niet ver.
Juist aan de andere kant van de weg.
Zie je, alles is goed.
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken,
En er de tederheid terugvinden.

Dus droog je tranen
En ween niet,
Als je van me houdt.

Sint Augustinus 345-430


Avonddroom van mij

Enkel dromen,
van jullie heldere blauwe ogen.

Ogen vol kattekwaad
en tintelend van plezier.

Jullie lieve mond,
nooit stil,
altijd veel praat.

In mijn hoofd en hart
staat jullie beeltenis
voor altijd gegrifd,
mij rest enkel nog verdriet.

Ik kan alleen nog maar
van jullie dromen
en och het doet zo’n pijn.

Slaap wel mijn lieve kinderen.

Jullie zijn voor eeuwig in mijn hart.

Dag droom.
Ik vergeet jullie nooit.

Patrick en Peter

Patrick is gestorven door zelfdoding
Peter werd op gruwelijke wijze vermoord.
Dit gedicht werd geschreven door hun mama.

Marie-Louse Demaesschalck


Elke dag opnieuw

Elke dag opnieuw jouw melodie.
Elke dag opnieuw naar jou op zoek.
Elke dag opnieuw mijn fantasie.
Elke dag opnieuw een traan, een zakdoek.

Elke dag opnieuw wil ik je voelen.
Elke dag opnieuw schuil je in mijn hart.
Elke dag opnieuw ervaar ik lege stoelen.
Die stoel van jou was toch zo apart.

Elke dag opnieuw groet ik jou.
Elke dag opnieuw een kaarsje dat brandt.
De warmte van de kaars geeft me kou.
De kilte van de dood lijkt in mij gestrand.

Elke dag opnieuw sta ik met je op.
’s Avonds ga ik slapen met jou in gedachten.
En ’s nachts doolt verleden zo in mijn kop.
Dat ik je telkens in mijn dromen kon verwachten.

Elke dag opnieuw, geen dag zonder jou.

Elke dag opnieuw.


Luc Janssen