Ouders van een vermoord kind

Onze verhalen

Rouw na een plotseling verlies, schokkende gebeurtenis

Een onverwacht overlijden brengt vaak grote ontreddering teweeg.

Mensen voelen zich overvallen en beseffen dat ze nooit meer in de gelegenheid zijn om afscheid te nemen.

Plannen en verwachtingen voor de toekomst vallen abrupt weg en worden ineens zinloos. De wanhoop kan groot zijn.
Wanneer de dood een gevolg is van een ongeval of een andere vorm van geweld, worden de nabestaanden bovendien geconfronteerd met politie,
verzekeringen en andere juridische afwikkelingen die veel energie vragen. Een plotselinge dood kan schuldgevoelens en vragen oproepen.
Het kan helpen om te praten met de hulpverleners die bij het overlijden betrokken waren.

Na zo’n schokkende gebeurtenis kan het enige tijd duren voor de realiteit van het sterven emotioneel voelbaar is voor de nabestaande.
Men voelt zich vervreemd van de omgeving en van de eigen situatie. Rouwrituelen en ceremoniën kunnen helpend zijn.
Zij kunnen structuur geven aan de verwarde gevoelens en helpen om het overlijden tot werkelijkheid te maken.

Sylvie

Met Sylvie in onze diepste herinneringen willen wij u
van harte danken voor het geleverde opzoekingswerk
naar aanleiding van de tragische gebeurtenis die ons leven voor eeuwig veranderd heeft.

Wij hopen dat zulke gebeurtenissen zich nooit herhalen.

Hartelijk dank aan allen (ongeacht rang of stand)die geholpen hebben bij het oplossen van deze gruwelijke daad.

Chantal Nerinckx.
Philippe De Pourcq.

Ingrid

Flink was jij je hele leven
moedig ben je tot het einde gebleven.
Flink wil je nu dat wij zullen zijn
maar afscheid nemen doet ons zo’n pijn.

Je mama, Paula Nous

Nele

we leggen je vandaag
in de aarde tussen duin en polder.
We zijn wat onhandig
want wat jou is overkomen
heeft ons geschokt, verkrampt.
Daar zijn geen woorden voor.

Maar ver weg ben je niet.
We zien jou gelukkig,
net in de bloei der jaren.
Je was zo volledig aanwezig
in alles wat je ondernam. Nele,

Je kon ook veel
en je durfde ook veel aan.
We voelen hoe jij nu
de drijvende kracht wordt
in het leven dat ons
te wachten staat.

Blijf dicht bij ons.
Blijf dicht bij Sietske.
Je wilde zo graag
een goed moedertje zijn.
En een kruisje nog:
God zegene en beware je.

Je ouders, broers en zussen
25 september 2004
Georges en Annemie Verleene-Dangreau

DOOD EN ROUW – Hoe leven wij daarmee?

Lang is het begrip "dood" een gevreesd, meestal verzwegen item geweest.
Het taboe rond lezen en schrijven is nu – gelukkig – voor een groot deel opgeheven.
Er zijn reeds zoveel boeken geschreven rond deze materie dat geen mens nog alles kan lezen.
Toch is "dood" in de "belevingswereld" nog steeds taboe. De meeste mensen willen leven en geen dood.
Men wil vreugde en geen verdriet.

Wanneer een dierbare naaste sterft, komt de nabestaande terecht in een moeilijke, verwarrende periode.
Het is alsof grond onder de voeten wegzinkt en men door verdriet overmand alleen nog naar zichzelf en de overledene kan kijken.
Ondertussen draait de wereld verder alsof er niets aan de hand is.

Vaak ziet men hetzelfde scenario. Veel volk bij de uitvaart en ook de weken daarna.
Het oprecht meeleven van vrienden en bekenden doet deugd.
De nabestaande voelt zich door velen gedragen en gesteund om de eerste moeilijke tijd van afscheid en verlies door te geraken.

Dan echter begint het lange, vaak uitzichtloze, rouwen. De kring van meelevende mensen wordt snel kleiner.
Een eind verder staat de nabestaande meer en meer alleen. De telefoon rinkelt minder, de deurbel lijkt stom.
Weinigen uit de omgeving durven nog te vragen of het wel gaat.

Op het werk moet men evenzeer vooruit, soms alsof er niets gebeurd is. Het leven gaat immers verder, de economie moet draaien.

Ondertussen leven nabestaanden met het gevoel dat het leven voor hen is stilgevallen en geen perspectief meer biedt.
Men voelt zich alleen en verloren met zijn verdriet. Soms zou men zo graag zijn verhaal nog eens willen vertellen,
nog eens mogen zeggen hoeveel pijn het "gemis" doet, hoe moeilijk de dagen vaak zijn.

© Rouwzorg Vlaanderen

Troosten is het ontroostbare beamen.

Luister.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
En jij begint mij adviezen te geven
Dan doe je niet wat ik vraag.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
En jij begint mij te vertellen
Waarom ik iets zo moet voelen als ik het voel
Dan neem je mijn gevoelens niet serieus

Als ik je vraag naar mij te luisteren
En jij denkt dat je iets moet doen om
Mijn probleem op te lossen, dan laat je
Me in de steek, hoe vreemd het ook mag lijken.

Misschien is dat de reden
Dat voor sommige mensen bidden werkt
Omdat God niets terug zegt en
Hij geen adviezen geeft
Of probeert om de dingen voor je te regelen
Hij luistert alleen maar en vertrouwt erop
dat je er zelf wel uitkomt

Dus, alsjeblieft luister alleen maar naar me
En probeer me te begrijpen
En als je wil praten
Wacht dan even en ik beloof je
Dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren

Een clown

Jaren geleden heb ik een boek gelezen over een clown.
De man had véél verdriet, maar vond geen begrip bij zijn medemensen.
Waarom zouden ze? Het was toch een clown. Hoe hij zich voelde deed er niet toe.
’s Avonds moest hij optreden in het circus. Het was zijn taak om de mensen te doen lachen.
De tranen liepen soms langs zijn wangen. De mensen die het zagen, dachten dat het bij zijn rol hoorde en lachten nog harder.
Hij zag het maar speelde zijn rol verder. Hij leerde hun onbegrip begrijpen. Regelmatig denk ik aan hem terug.
Want ook ik ben regelmatig de clown.
Mijn tranen en gevoelens diep weggestopt.
Niemand die mijn stille verdriet ziet.
Het is beter zo.
Weinig mensen kunnen er mee omgaan, ze voelen zich ongemakkelijk als je het woord "verdriet" laat vallen.
Het is beter dat ik lach, de tranen, de pijn en het verdriet diep wegstop.

Als ik alleen ben, dan kan ik mijn tranen en opgekropte emoties de vrije loop laten.
Het is niemand die het ziet. Dan moet ik met niemand rekening houden.
»;Moet ik niet bang zijn, iemands dag te verpesten.
»;Moet ik niet bang zijn, dat men mij de rug toekeert, uit schrik dat ik zal wenen.
»;Moet ik niet bang zijn, dat men zich niet goed meer voelt bij mij.
»;Moet ik niet bang zijn, omdat men geen mop meer durft te vertellen.
»;Moet ik niet bang zijn, omdat men niet meer durft te lachen.
»;Moet ik niet bang zijn, voor zovele dingen, waardoor een ander zich anders gaat gedragen.
Maar soms wordt het clown zijn teveel. Dan zonder ik me af, om mezelf weer wat op te krikken.
Na een paar dagen, kan je er weer tegen. Dan ben je er terug met een lach, en als niemand het ziet een wegpinkende traan.

Eigenlijk zou ik zoveel willen vertellen, mijn gemoed is soms zo zwaar geladen, dat het moeilijk is om dragen.
»;Maar waar vind ik een luisterend oor?
»;Maar waar vind ik iemand die me begrijpt?
»;Maar waar vind ik iemand die me laat uitpraten?

Het is niet simpel, om als clown door het leven te gaan.

Mijmeringen bij een kindergraf

Hé, kleine man
‘k wou dat je nu bij me was

héél even
– we shall overcome –
weet je nog,
het deed je huilen smelten
tot een glimlach,

m’n angst en ook de jouwe
vluchtten voor de vreugde.
En onze zorg werd rust,
omdat we samen zongen
elk in onze taal
en met ons eigen kunnen.

Geen mens verwoest die zekerheid
jouw glimlach zal steeds blijven
want je kent geen tranen meer.
Kom, laat ons nog ‘ns zingen
– we shall overcome –
dan vlucht m’n angst en wordt
m’n zorg
weer rust.

Frido

De stilte na een jaar van rouw

2004 – Het is stil in het park.
Alleen de regen tikt op de blaadjes en paraplu’s.
Daar tussendoor klinkt een enkele snik en de stem van Hans Meesters.
"Precies 365 dagen geleden stonden we hier ook al.
Hopeloos verslagen, diep bedroefd, radeloos, reddeloos, redeloos."

Midden in de nacht van zondag op maandag, in de stromende regen, zijn zo’n 25 mensen bij elkaar gekomen om Stuart Kerstens te herdenken.
De 21-jarige Etten-Leurenaar werd een jaar geleden in het wijkpark aan de Wildbaan in Etten-Leur doodgestoken.

Naar die plek wilden zijn familie en vrienden een jaar later terugkomen.
Om drie uur ‘s nachts steekt het groepje aan de rand van het park scherp af tegen de lege straten en donkere huizen.
Half op straat, tussen de geparkeerde auto’s, op het gras staan Stuarts vrienden met petten op en kraag omhoog tegen de stromende regen.
Een aantal broeken met legerprint, een Lonsdale-trui erboven en een bomberjack er overheen. Een enkeling draagt een bloem mee.
Midden op straat parkeert een politiebus en twee agenten sluiten aan bij het groepje.

De familie Kerstens stalt bloemen en kaarsen uit rond de boom waaronder Stuart is neergestoken.
De kaarsen worden aangestoken. Maaike Kerstens, de moeder van het slachtoffer, zeult met een zware steen die ze bij de boom zet.
"Eens was je de zoon in ons huis, nu ben je de zon in ons hart", luidt het opschrift.

"Eigenlijk is het een rotplek om heen te gaan", zegt Maaike Kerstens van tevoren.
Maar ja, er is niets anders. Stuart ligt nergens begraven en zijn as heeft nog geen definitieve bestemming.
"Toch wilde ik heel graag juist nu hierheen. Anderen wilden gewoon mee."
Familie en vrienden hebben zich verzameld. Geen massabijeenkomst zoals vorig jaar.
De dood van Stuart Kerstens bracht toen zo’n duizend mensen op de been in een stille tocht tegen zinloos geweld.
"Familie, vrienden, kennissen, de bevolking van Etten-Leur en heel Nederland was diep geschokt van datgene wat gebeurd was.
Dit kon toch niet bij ons", zegt Hans Meesters onder de paraplu.
Als vader van Jaap, vriend van Stuart Kerstens, houdt hij vanonder zijn paraplu een toespraak.
Van een afstand luisteren de bezoekers. Ze kijken naar de boom waar een jaar geleden de steekpartij plaatsvond.
Daar zit de familie in een klein kringetje rond de kaarsen.

Als de toespraak voorbij is, bedankt moeder Kerstens de aanwezigen, nauwelijks verstaanbaar.
Ze pakt de steen weer op en loopt naar de agenten. "Zal ik hem meenemen? Ik ben bang dat hij hier gestolen wordt."
De agenten knikken. Alleen de bloemen en kaarsen blijven staan.

Door Ilse van Heusden